zaterdag 19 juni 2010

Efeze 6:10-12 - Machtig door goddelijke wapenrusting

SV HSV
Voorts, mijne broeders, wordt krachtig in den Heere en in de sterkte Zijner macht. Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels. Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht. Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
andere vertalingen

Overmand door twijfel? Last van ongeloof dat niet over lijkt te gaan? Gedachten die blijven spoken? Verleidingen die zich op blijven dringen? De macht van de boze is groot en zijn legers zijn onzichtbaar. Een christen kan niet strijden tegen die overmacht vanuit zijn eigen "vleselijke" kracht. Daarom hebben we nodig om krachtig te zijn in de Heere en in de sterkte van Zijn macht. Met Hem kunnen we overwinnen! God geeft daarvoor hulpmiddelen: een complete wapenrusting. Mogelijk had Paulus, de schrijver van deze brief in de Bijbel, een Romeinse soldaat in gedachten toen hij schreef over deze geestelijke wapenrusting. Die wapenrusting helpt ons staande te blijven:

Doet aan de gehele wapenrusting van God opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel (vers 11).

Daarom neemt aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven. (Efeze 6: 13)

We hoeven dus niet aan te vallen, we strijden om staande te blijven. Bijbelverklaarder Matthew Henry zegt "Wij moeten besluiten, door Gods genade niet voor Satan te wijken. Wederstaat hem en hij zal van u vlieden. Gaat achterwaarts en hij zal grond winnen."

Gelukkig mogen gelovigen die wapens gebruiken. Ze zijn machtig; De wapens van onze strijd zijn immers niet vleselijk, maar krachtig door God, tot afbraak van bolwerken. Want wij breken valse redeneringen af en elke hoogte die zich verheft tegen de kennis van God, en wij nemen elke gedachte gevangen om die te brengen tot de gehoorzaamheid aan Christus, en wij staan gereed om elke ongehoorzaamheid te bestraffen, zodra uw gehoorzaamheid volkomen zal zijn. (2 Korinthe 10:4 en 5)

Wat een machtige God! Hallelujah!


zaterdag 12 juni 2010

Psalm 86:5-7 - Genade, aandacht, hulp

SV HSV
Want Gij, HEERE, zijt goed en gaarne vergevende, en van grote goedertierenheid allen die U aanroepen. HEERE, neem mijn gebed ter ore, en merk op de stem mijner smekingen. In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij. niet beschikbaar in HSV
andere vertalingen

Matthew Henry schrijft in zijn Bijbelverklaring over dit gedeelte onder meer: "De goedheid van Gods aard is een grote bemoediging voor ons in ons spreken tot Hem [=tot God]. Zijn goedheid blijkt in twee dingen: in a. geven en b. vergeven:
  1. Hij is een zondevergevend God: Hij kan niet slechts vergeven, maar Hij is bereid te vergeven, meer bereid om te vergeven dan wij om berouw te heben en ons te bekeren. Ik zeide Ik zal belijdenis doen van mijne overtredingen voor den Heere; en Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde (Psalm 32:5)
  2. Hij is een God, die het gebed hoort, Hij is groot; groot van ontferming, rijk en milddadig voor allen die Hem aanroepen."
Einde citaat van Henry.

Vers 7 van de vechtverzen deze week spreekt over het aanroepen van God in tijden van nood ("benauwdheid", SV).

In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan, want Gij verhoort mij.

Iedereen die dit gebed zegt of zingt vanuit hart mag verzekerd zijn van Gods aandacht. En wie alleen dan Hij kan helpen? Want wie is er te vergelijken bij onze God? (vers 8) En wie is zo barmhartig en geduldig als God? (vers 15).

maandag 7 juni 2010

Psalm 86:15 - Barmhartig en genadig God

SV HSV
Maar Gij, Heere, zijt een barmhartig en genadig God, lankmoedig, en groot van goedertierenheid en waarheid. niet beschikbaar in HSV
andere vertalingen

Psalm 86 begint met de zin: "Een gebed van David". David is in grote problemen wanneer hij deze psalm schrijft. Hij bidt daarom om verlossing en troost tot Zijn God. Hij roemt God om Zijn barmhartigheid en genade en Zijn lankmoedigheid (geduld). In de verzen 8-13 is dit terug te vinden. Vanaf vers 14 begint een gedeelte in de psalm waarin David aan God vertelt dat trotse en hooghartige mensen, de hovaardigen, hem bedreigen en zijn dood willen. Het vers eindigt met zij hebben geen oog/respect voor U. (WV95/ESV) Geen oog hebben voor God is eigenlijk ook een levensgevaarlijke situatie. In het volgende Bijbelvers, het vechtvers van deze week, komt naar voren waarop iedere gelovige - net als David - kan vertrouwen: op God die liefdevol is en genadig, geduldig (NBV) maar ook vol liefde en trouw (WV95).

Het woord waarheid uit de Statenvertaling (SV) kan ook worden vertaald met trouw, zoals wordt gebruikt in de Willibrordvertaling (WV95). God is een God waarop te vertrouwen is. Dat geloofde David. Veel eerder al leefde de Joodse leider Mozes en hij geloofde het ook. In Exodus 34 is dit terug te vinden. Vers 6 uit dit Bijbelgedeelte is prima te vergelijken met het vechtvers van nu.

 

zaterdag 29 mei 2010

Efeze 4:26 - Bewust boos

SV HSV
Wordt toornig, en zondigt niet; de zon ga niet onder over uw toornigheid Word boos, maar zondig niet; laat de zon niet ondergaan over uw boosheid
andere vertalingen

Christenen zouden toch zachtmoedig, vriendelijk moeten zijn? Waarom en wanneer mag je dan boos zijn? De kanttekeningen - uit de Statenvertaling - bij dit vers schrijven, dat God ook boosheid in het hart heeft geschapen. Ook worden God en Christus boosheid ("gramschap") toegeschreven, "nl. over de zonde en ondankbaarheid der mensen".

In de Psalmen wordt aanbevolen weg te blijven bij boosheid. Laat af van toorn, en verlaat de grimmigheid; ontsteek u niet, immers niet, om kwaad te doen. (Psalm 37:8). Dat klinkt me in de oren alsof boos worden niet goed is. En dat lijkt in tegenspraak met het eerste gedeelte van het vechtvers van deze week. Daar staat: wordt toornig, wordt boos. Toch sluit dit bij elkaar aan.

In Jakobus 1:19b-20 staat: Een iegelijk mens zij ras om te horen, traag om te spreken, traag tot toorn;Want de toorn des mans werkt Gods gerechtigheid niet. Ook geldt: wie kennis van zaken heeft, houdt zijn woorden in, en iemand met inzicht is bezonnen van geest. (Spreuken 17:27) Lees meer daarover bij het vechtvers uit december 2009.

Boos worden als er een geldige reden is, is geen zonde, maar kan wel zonde worden. Het vechtvers vertelt daarom waarschijnlijk ook: zondigt niet. Bovengenoemde Psalm 37 vertelt daarom: ontsteek u niet om kwaad te doen. Kwaad doen is zonde. Het is beter om boosheid uit te stellen zoals er staat in Jakobus: traag tot toorn, of zoals in Spreuken staat: door bezonnen om te gaan met de situatie. Zo wordt zonde ook voorkomen. Zou het nog beter zijn om helemaal niet boos te zijn?

Een aanvulling uit de kanttekeningen: als er geldige redenen zijn om boos te worden, "dat die de maat niet te buiten moeten gaan, noch te lang duren, maar haastelijk weder nedergelegd worden".

 

zaterdag 22 mei 2010

Efeze 2:8-10 - Zalig

SV HSV
Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof, en dat niet uit u, het is Gods gave; Niet uit de werken, opdat niemand roeme. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus tot goede werken, welke God voorbereid heeft, opdat wij in dezelve zouden wandelen. Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.
andere vertalingen

Bent u zalig? Ben jij zalig? Heeft u uzelf veranderd? Of moet een verandering nog plaatsvinden? Of is bekering eigenlijk niet nodig? Uit Romeinen 3 blijkt dat we absoluut God nodig hebben vanwege de situatie waarin een mens zich bevindt. Als God iemand "zaligmaakt", dan zorgt God voor verandering. En die verandering, noem het "de bekering", is nodig, omdat u dood was door de overtredingen en de zonden (Efeze 2:1)

De schrijver van het Bijbelboek Efeze - hoogstwaarschijnlijk Paulus - schrijft in hoofdstuk 2:

Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt - uit genade bent u zalig geworden - (Efeze 2:4)

Hier blijkt dat God mensen veranderd heeft, levend gemaakt staat er. Dat is puur genade! Hoewel er eerst een doodsvonnis boven het hoofd hing (Johannes 3), maakt God mensen levend, zalig. Dan is die dreigende straf niet meer nodig. God scheldt alle schuld kwijt!
Kijk op twitter.com/vechtvers voor links over bekering.

De vechtverzen van deze week spreken over genade en over geloof. Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof Het is bijna vanzelfsprekend om te zeggen: de genade komt van God. Maar wat betreft het geloof, komt dat nu van God of komt dat uit een mens zelf? In de brontaal van de Efeze-brief in het Grieks verwijst het woordje dat (dat niet uit u) naar het gedeelte uit genade bent u zalig geworden, door het geloof. Daaruit kunnen we concluderen: genade en geloof zijn een geschenk van God.

Amazing Grace
Amazing grace (how sweet the sound)
that saved a wretch like me!
I once was lost, but now I am found,
Was blind, but now I see.

 

zaterdag 15 mei 2010

Jesaja 40:30-31 - Met nieuwe moed richting hemel gaan

SV
HSV
De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen; Maar dien den HEERE verwachten, zullen de kracht vernieuwen; zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen, en niet moede worden; zij zullen wandelen, en niet mat worden. Jongeren zullen moe en afgemat worden, jonge mannen zullen zeker struikelen; maar wie de HEERE verwachten, zullen hun kracht vernieuwen, zij zullen hun vleugels uitslaan als arenden, zij zullen snel lopen en niet afgemat worden, zij zullen lopen en niet moe worden.
andere vertalingen

Het eerste vers van de vechtverzen van deze week lijkt ruim op te vatten: als u gevallen bent in zonden, misschien daardoor zelfrespect bent kwijtgeraakt, wat dan? Of als u vermoeid bent door iets in dit leven. Waar haalt u hoop en kracht vandaan?
Ben je nog jong, dan geeft dit Bijbelvers aan dat er hulp is. Maar als u dit vers leest en wat ouder bent, wat dan? Het blijkt dat ook de verzen eromheen belangrijk zijn. Lees bijvoorbeeld de vechtverzen van vorige week: vers 28 en 29 van hetzelfde hoofdstuk. In vers 29 staat:

Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.

Dat gaat niet alleen over kinderen (jongen) en jonge mannen (jongelingen), maar over iedereen. Gelukkig! Bij God is dus kracht te krijgen!

Vervolgens spreekt Jesaja in vers 30 over kinderen en jongeren, jonge mensen. Blijkbaar geven die eerder op of struikelen ze sneller in zonden. Matthew Henry geeft aan dat deze jonge mensen "licht geneigd zijn om zich sterker te achten dan zij werkelijk zijn. [...] zij zullen spoedig de dwaasheid moeten inzien van op zichzelf vertrouwd te hebben". Reden om op God te vertrouwen... in alles!

God geeft kracht aan mensen die het nodig hebben. Ik vraag me af of dat altijd gebeurt op het moment dat we dat nodig denken te hebben. Het staat er wel: Hij geeft de moede kracht enz. Maar er staat ook in vers 28: Er is geen doorgronding van Zijn verstand. Dus als die hulp van God wat later komt, wat dan? Toch belooft de Hij dat.
Kan iemand daarop reageren?

Misschien is dit het antwoord: door de Heere te verwachten in je leven, zal de kracht vernieuwen (Hebreeuws: verwisselen of veranderen); sterker nog: je zult als arenden de vleugels uitslaan: in vrijheid leven en richting de hemel gaan. Henry: "Opvaren met vleugelen: zich verheffen tot God [...] zo krachtig, zo snel naar de hoogte, hemelwaarts".

 

zaterdag 8 mei 2010

Jesaja 40:28-29 - Aarde en leem en scheppende handen

SV
HSV
Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord, dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand. Hij geeft den moede kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft. Weet u het niet? Hebt u het niet gehoord? De eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, wordt niet moe en niet afgemat. Er is geen doorgronding van Zijn inzicht. Hij geeft de vermoeide kracht en Hij vermeerdert de sterkte van wie geen krachten heeft.
andere vertalingen

Het uiterste einde van de aarde, alle hoeken van deze aarde, overal. Daar is Yahweh (Jehovah) God. Hij heeft die uiterste einden, onze hele planeet dus, zelf geschapen. Psalm 147:5 zegt: Zijns verstands is geen getal (dat betekent dat er geen grens aan Zijn verstand is). Jesaja schreef in dit Bijbelboek dat Zijn verstand niet te doorgronden is.
Hoe kunnen wij als schepsel onze maker begrijpen als Hij een oneindig verstand heeft? Is het slim om tegen Hem in te gaan? In het Nieuwe Testament staat het voorbeeld van een pot en een pottenbakker. Zou die pot in moeten gaan tegen de wil van de pottenbakker? Geef je over in Gods handen, daar is het veilig.

Matthew Henry verklaart: "Hij [God] is de rechtmatige eigenaar en bestuurder van alles en algenoegzaam om Zijn volk te helpen in welke nood of benauwdheid zij ook zijn." Dat we God niet kunnen begrijpen is misschien lastig. Onze Schepper kan ons helpen, Hij weet wat ons beweegt, wat we denken: U kent mijn zitten en opstaan, al van verre doorziet U mijn gedachten. (Psalm 139:2)

God wil mensen helpen blijkt uit onder meer uit de vechtverzen van deze week uit Jesaja 40: Hij geeft den moede kracht, en Hij vermenigvuldigt de sterkte dien, die geen krachten heeft.